Olympia

Olympia is een methode voor het vak geschiedenis in het voortgezet onderwijs. De methode is tot stand gekomen in samenwerking met geschiedenisdocenten.

In Olympia komen de tijdvakken chronologisch aan de orde. Uiteraard worden alle kenmerkende aspecten in de methode gedekt, en wordt volop aandacht besteed aan het kunnen gebruiken van historische vaardigheden.

Sterke punten van Olympia

Heldere structuur:

  • compact basisprogramma met dertig paragrafen dat alle eisen voor het geschiedenisonderwijs in de onderbouw dekt

Volop uitbreidings- en verdiepingsmogelijkheden:

  • in elk hoofdstuk een extra paragraaf met een verbredend of verdiepend karakter
  • in elk hoofdstuk een ‘leven van geschiedenis’-les, waarin de leerling de geschiedenis bekijkt vanuit het perspectief van iemand die geschiedenis gebruikt in de beroepspraktijk: een archeoloog, een illustrator, een reisleider, een filmmaker, een conservator en een educatief medewerker
  • op de methodesite bij elk hoofdstuk twee actief historisch denken-opdrachten, waarin de leerling nog actiever aan de slag gaat met de stof
  • in elk hoofdstuk in het werkboek extra taken, waarmee de leerling op een andere, minder talige wijze aan de slag gaat met de stof

Ook geschikt voor de minder talige leerlingen:

  • door de ‘leven van geschiedenis’-lessen en de actief historisch denken-opdrachten waarin de focus vooral ligt op historische vaardigheden
  • door de extra taken

Activerende didactiek:

  • uitdagende opdrachten

Wat leert de leerling?

De volgende onderwerpen komen aan bod:

Deel 1

In deel 1 komen de eerste vier tijdvakken in zes hoofdstukken aan de orde.

  • hoofdstuk 1: Jagers en boeren
  • hoofdstuk 2: Vroege beschavingen (Soemerië en Egypte)
  • hoofdstuk 3: Het oude Griekenland
  • hoofdstuk 4: Het oude Rome
  • hoofdstuk 5: De vroege Middeleeuwen
  • hoofdstuk 6: De late Middeleeuwen

Deel 2 en 3

In deel 2 en 3 komen de overige zes tijdvakken aan de orde. Daarnaast krijgt staatsinrichting een plaats in deel 3.